“Mijn taal moet nog beter”

“Mijn taal moet nog beter”

Jaarlijks vraagt Stichting Lezen & Schrijven (extra) aandacht voor de Nederlandse taal in de Week van de Alfabetisering, in 2012 van 3 tot en met 9 september. Die aandacht is nodig, want niet voor iedereen is het gemakkelijk om Nederlandse teksten te kunnen lezen en schrijven. Onder het motto ‘Geef taal een stem!’ organiseerden Bibliotheek Den Haag, Doe weer mee! en ROC Mondriaan een conferentie voor deskundigen, adviseurs en docenten. In bibliotheek Escamp waren deelnemers aan verschillende taalcursussen NT1 en NT2 zelf aan zet. Rond de twintig cursisten, vrouwen en enkele mannen, beproefden er op 6 september hun Nederlandse taalkennis. Ze deden mee aan een dictee. Santokh  Kaljan vertelt erover.

Santokh Kaljan

Santokh Kaljan

In de Week van de Alfabetisering ging het in Bibliotheek Den Haag nog meer om taal dan anders. Er was onder meer een dictee voor deelnemers aan taalcursussen NT1 en NT2. En voor deskundigen, adviseurs en docenten op dit gebied was er in de Centrale Bibliotheek een goed bezochte netwerkbijeenkomst. Op het programma stonden onder meer een discussie naar aanleiding van stellingen (zoals: ‘De bibliotheek heeft een onmisbare rol in de bestrijding van laaggeletterdheid’) en ervaringen van iemand die weet wat ‘laaggeletterd zijn’ betekent.

Meedoen aan een dictee
Deelnemers aan verschillende taalcursussen NT1 en NT2 zetten zich op 6 september in bibliotheek Escamp aan tafel om een dictee te maken. Ze zijn zenuwachtig. “Het roept dezelfde spanning op als vroeger op school. Zal ik het wel goed doen?” De vrouw die dit zegt, werkt in een zorginstelling. Ze heeft moeite met al het lees- en schrijfwerk en wil haar Nederlands verbeteren. Haar buurvrouw, de 65 voorbij, afkomstig uit Afrika: “Iedereen in Nederland blijft leren, ook oudere mensen. Daar wil ik bij horen!” En een derde: “Ik moet mijn kinderen met hun huiswerk kunnen helpen, niet andersom.”

Niet moeilijk
Tien zinnen telde het dictee. Zoals ‘De egel zoekt regenwormen. Die eet hij heel erg graag.’ En twee moeilijke woorden: ‘leesplezier’ en ‘bibliotheek’. Onder de drie deelnemers met slechts één fout werd een cadeautje verloot. De sfeer was vrolijk, de cursisten voelden zich in de bibliotheek op hun gemak. Niemand vond de test moeilijk.

Het alfabet leren
Ook Santokh (30) maakte maar een paar fouten. Hij is vijf jaar in Nederland en zet alles op alles om zijn taal te verbeteren. Santokh komt uit India en kon zijn moedertaal alleen maar spreken, niet lezen of schrijven. Toen hij in Nederland kwam en moest inburgeren, begon hij dan ook met de allereerste beginselen van de taal. “In het begin had ik geen zin om naar de cursus te gaan: het alfabet leren, het was allemaal vreemd. Maar na een tijdje ging ik het leuk vinden. Ik kon een beetje met mensen praten, en ik wilde boeken kunnen lezen!” Hij kwam hier met andere familieleden. Zij zijn inmiddels teruggegaan naar India, maar Santokh had de smaak te pakken en bleef. Hij haalde zijn klein en groot rijbewijs en brengt nu als chauffeur maaltijden rond voor een zorginstelling. Zijn uiteindelijke doel: bij de NS gaan werken.

Dictee maken in bibliotheek Escamp

Dictee maken in bibliotheek Escamp

Zelfstudie
Klaar met de inburgeringscursus wilde Santokh door naar een hoger niveau. Maar een nieuwe cursus volgen lukte niet snel, dus besloot hij zélf verder te gaan. Met een baan bij de NS in het achterhoofd, schafte hij de schriftelijke opleiding tot buitengewoon opsporingsambtenaar aan, zette het woordenboek op zijn laptop en werkte zich door de leerstof en opdrachten heen. Santokh: “Dat was wel moeilijk, maar ik wilde per se verder. Ik heb nu examen gedaan en kom nog één punt tekort. Ik ga het zeker halen, maar mijn taal moet nog beter. Daarom ben ik hier nu ook op deze cursus. Ik ga vijf dagen in de week naar school. Ik leer er schrijven, praten, lezen.”

De bibliotheek
De cursus heeft hem ook in aanraking gebracht met de bibliotheek. “Ja, de bibliotheek! Ik heb een abonnement en kom er vaak, vooral in de Centrale Bibliotheek. Om boeken te bekijken en te lenen, geschiedenisboeken bijvoorbeeld. Ik wil nog meer weten over Den Haag, over Nederland. En zo kan ik ook de taal oefenen.”

Tekst: Ton van der Veeken

Foto(‘s): Loes Schleedoorn

2018-01-09T16:59:22+00:00