Gedichtendag 2013 in de Centrale Bibliotheek

Gedichtendag 2013 in de Centrale Bibliotheek

Vurige Braziliaanse, poëtische liedjes, maar ook voorgedragen gedichten door kundige poëten en – een van de hoogtepunten – de onthulling van het ‘Sonnet van 456 letters’ van scheidend Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr. Zo begon de nationale Poëzieweek op 31 januari 2013.

Zangeres Lilian Viera, met haar vaste begeleiders, gitarist Kees Gelderbloem en percussionist Marco Santo

Zangeres Lilian Viera, met haar vaste begeleiders, gitarist Kees Gelderbloem en percussionist Marco Santo

Muziek en poëzie liggen soms dicht bij elkaar. Dat bleek maar weer toen zangeres Lilian Viera, met haar vaste begeleiders gitarist Kees Gelderbloem en percussionist Marco Santo, het programma op Gedichtendag opende. Zij zong intieme, poëtische Braziliaanse liedjes. De muziek trok aan als een magneet: ruim 125 mensen waren eropaf gekomen en zaten zelfs tussen de boekenkasten. Er werd gedanst en meegezongen, veel toehoorders kenden het repertoire. Het feestje werd compleet toen vanuit het publiek percussionist Gerardo Rosales op het podium aanschoof en met een enkele trommel ging meespelen.

Voormalig stadsdichter
De Haagse dichter Harry Zevenbergen – twee jaar lang de stadsdichter van Den Haag – is voor een extra editie van het Dichtersspreekuur de gildedichter van dienst. Eerst draagt hij zelf gedichten voor. Over Den Haag en over het leven. Vol ironie. Neem zijn gedicht over geheelonthouding: ‘Geheel broodnuchter loop ik in zeven sloten tegelijk, ik moet het allemaal zelf doen’.

Hagenaar in Amstelveen
Tijdens het daarop volgende dichtersspreekuur, dat het Haags dichtersgilde maandelijks houdt in de bibliotheek, schuift onder meer Ton Duivesteijn aan, een gepensioneerde oud-Hagenaar. Hij woont nu in Amstelveen maar schrijft nog steeds over Den Haag in autobiografisch getinte sonnetten. Hij legt Zevenbergen een gedicht voor en refereert aan Gerrit Achterberg: “Achterbergs Ode aan Den Haag bevat het gedicht ‘Oosteinde’. Nu wil ik me niet vergelijken met deze grote dichter, maar in mijn bundel staat het gedicht ‘Westeinde’ omdat ik daar op de mulo heb gezeten.” Een ander gedicht heet Hagenaar in Amstelveen. Een mooie strofe daaruit, een waar Harry Zevenbergen vrolijk van werd: ‘Het blijft een beetje schizofreen, een Hagenaar in Amstelveen’.

Onthulling 'Sonnet van 456 letters' van Ramsey Nasr door wethouder Ingrid van Engelshoven

Onthulling ‘Sonnet van 456 letters’ van Ramsey Nasr door wethouder Ingrid van Engelshoven

Sonnet van 456 letters
Op een van de zuilen op de begane grond van de Centrale Bibliotheek is – groot – een gedicht afgedrukt: ‘Sonnet van 456 letters’ van Ramsey Nasr. Vóór de onthulling ervan spreekt Nasr de aanwezigen toe per video. Hij is er razend trots op dat zijn gedicht er hangt: “Het was een droom en ik roep iedereen op om snel te gaan kijken.”

Haagse poëzieroute
Charles Noordam, directeur van de bibliotheek, en wethouder Ingrid van Engelshoven onthullen het gedicht. Noordam is blij met dit gebaar van Nasr: “Hij heeft de bibliotheek altijd gesteund, en ook nu weer.” Hij roept ondernemers op om ook initiatieven te ontplooien en poëzie in de openbare ruimte te helpen realiseren. “Opdat we een waardevolle, Haagse poëzieroute krijgen.” Wethouder van Engelshoven ondersteunt deze oproep van harte en benadrukt dat ieder die het geschreven woord negeert, zichzelf tekort doet. Dichter Anton Korteweg, oud-directeur van het Letterkundig Museum, leest het Sonnet van 456 letters voor.

Binnen en niet buiten
Het gedicht hangt binnen, en niet buiten aan de muur (waar meer mensen het zouden kunnen lezen) omdat de bibliotheek gebonden is aan de strikte regels van de architect van het gebouw. Die schrijven voor dat aan de buitenmuren niets mag veranderen of worden aangehangen. Charles Noordam: “Dus hangt het sonnet van Ramsy Nasr binnen, in de bibliotheek, en daar hangt het meer dan goed!”

Tentoonstelling met gedichten
Nog meer poëzie deze middag in de tentoonstelling ‘Ode aan het Meisje met de Parel’, enkele tientallen gedichten geïnspireerd op Johannes Vermeers Meisje met de parel. De tentoonstelling werd speciaal voor de Vrienden van de Hofvijver samengesteld door Eelco van der Waals, en vormgegeven door Carlijn van Vlijmen.

Dichter Anton Korteweg droeg een aantal gedichten voor

Dichter Anton Korteweg droeg een aantal gedichten voor

Anton Korteweg
Ook dichter Anton Korteweg, eerder genoemd, had zich door het meisje laten inspireren. Hij droeg een aantal van zijn gedichten voor, die met elkaar de reis van Leiden naar Den Haag verbeelden. En hij sloot af met zijn gedicht ‘Meisje met de Tulband’ zoals het meisje vroeger werd genoemd. Korteweg noemde haar ogen “het driehoekig alziend oog van God. Het zijn ogen die je altijd overal blijven volgen.”

Haiku’s en tanka’s
Veel bezoekers van de Gedichtendag waren ‘vaste gasten’. “Mijn man en ik komen elk jaar naar de Gedichtendag, heerlijk. Mijn man maakt haiku’s, u weet wel, die Japanse dichtvorm van drie regels met afwisselend vijf, zeven en vijf lettergrepen. Razend lastig.” Een andere bezoekster vertelt dat zij tanka’s maakt. “Haiku’s, maar dan langer: twee regels van zeven lettergrepen extra. Bij ons thuis ademen we gedichten, ook mijn zoon is amateurdichter”.

Tekst: Ton van der Veeken

Foto(‘s): Loes Schleedoorn

2018-01-09T16:59:19+00:00